De houtsnede die hier te zien is heb ik gemaakt als een herinnering aan het volwassen paard dat hier haar veulen likt.
Niet lang na de geboorte van haar veulen kwam ze te overlijden en voor een paardenliefhebber is zoiets net zo ingrijpend als het verliezen van een dierbare. Dat de houtsnede als kunstvorm op dit moment vrijwel onbekend is voor velen, werd duidelijk toen ik een ingelijste druk aanbood aan de paardenliefhebster. Ik liet tevens het plankje zien waar de houtsnede uit was vervaardigd om haar een indruk te geven hoe zoiets opgezet wordt. Ze dacht dat het plankje het eigenlijke kunstwerk was en niet de ingelijste druk, die betiteld werd met “dat papiertje”.
De houtsnede heeft in de historie perioden gekend van grote populariteit. In de renaissance was het Albrecht Dürer ( 1471 – 1528) die de techniek tot grote hoogten bracht. Zijn werk was uiterst verfijnd en laat een zeer complex lijnenspel zien. (horseman door Dürer) Bij Albrecht Dürer kun je beter spreken van een houtgravure. Het is het gebruik van het gereedschap dat het verschil uitmaakt tussen de houtgravure en de houtsnede. Bij een houtsnede wordt gebruik gemaakt van gutsen waardoor de lijnvoering veel grover is. Grotere vlakken zijn daarom meer geschikt voor de houtsnede.
De puur expressieve kracht van houtsneden vond een hoogtepunt in de periode die wij nu kenschetsen als “het expressionisme”. Begin 1900 waren de kunstenaars op zoek naar het primitieve, ontevreden als ze zich voelden met hun eigen cultuur. Het primitieve ging gepaard met grove, spontane vormen, ruw opgebracht op het doek. Op deze manier wilden ze vernieuwing brengen in de kunst. In deze tijd werd ook de houtsnede als kunstvorm weer opgepakt. Met name Paul Gaugain en Edvard Munch kunnen gezien worden als de herontdekkers van de houtsnede. Ze hebben een grote invloed gehad op de Brücke-kunstenaars. De houtsnede appelleerde direct aan het primitieve, het spontane, de ongecompliceerde benadering waar de kunstenaars naar op zoek waren. Het hout werd bewerkt zonder eerst een voorstudie te hebben gemaakt. Het bewerken van het ruwe, weerbarstige langshout, kwam het expressieve ten goede.1
Mijn houtsnede is gemaakt met gutsen. Daarom is de lijnvoering grover maar ook expressiever. In deze houtsnede heb ik er bewust voor gekozen alleen de belangrijkste lijnen weer te geven. Geen vlakken, maar lijnen juist omdat de herkenning groot moet zijn. Het ging hier niet om mijn expressie maar om een herinnering die meer is dan slechts een foto. “Dat papiertje” waarover ik al eerder schreef, is rijstpapier. Het rijstpapier wordt op het geïnkte plankje gelegd. Met de achterkant van een lepel wrijf je over het papier zodat de inkt goed hecht aan het rijstpapier. Rijstpapier is lijmvrij waardoor de inkt beter hecht, het heeft een goed absorberend vermogen. Dit handmatig drukken heeft als voordeel dat er meerdere afdrukken gemaakt kunnen worden in een kleine oplage. Een kniehevelpers is dan niet noodzakelijk.
- Expressionisme en primitivisme in de beeldende kunst van de twintigste eeuw, Hfdst. 5 Het beeld van Afrika, Paul Faber, OU 1998.↩↩

RSS feed voor reacties op dit bericht. /